Drie maanden na de release klopt er iets niet
Je single staat online en de eerste weken lopen naar verwachting. Dan valt het je op. Bij de ene dienst staat het nummer onder jouw artiestnaam, bij de andere onder een tweede profiel met dezelfde naam en nul volgers. De medeschrijver die de helft van de tekst leverde, staat nergens vermeld. En de vergoeding die hoort bij het gebruik van de compositie is niet uitbetaald, omdat er geen registratie van het werk bestaat waaraan dat gebruik gekoppeld kan worden. Aan de muziek ligt het niet. Het ligt aan een handvol velden die op de dag van de upload in tien minuten zijn ingevuld.
Metadata is de laag die je muziek verbindt met de systemen die haar tellen, tonen en afrekenen. Een opname, een compositie en een release zijn drie verschillende dingen, en ze worden met drie verschillende identifiers uit elkaar gehouden. Wie dat onderscheid kent en zijn credits tijdens de productie verzamelt in plaats van erna, levert een release aan die klopt. Wie het achteraf reconstrueert, betaalt dat in tijd en soms in geld.
Wat je in dit hoofdstuk leert
- Je houdt ISRC, ISWC en het product-ID uit elkaar, en je weet precies welk object elk van de drie identificeert.
- Je bepaalt wanneer iets een nieuwe opname is en dus een eigen code nodig heeft, en wanneer een bestaande code gewoon meegaat.
- Je organiseert credits zo dat de rechtenkant en de vertoningskant allebei kloppen.
- Je vult titels, versies, artiestnamen en productvelden in volgens een discipline die je release koppelbaar maakt.
- Je verzamelt metadata terwijl de informatie nog vers is, in plaats van hem maanden later te reconstrueren.
- Je loopt voor het uploaden een controleronde die de fouten vangt die achteraf het duurst zijn.
Voor wie dit hoofdstuk is
Voor iedereen die muziek uitbrengt of gaat uitbrengen, alleen of met anderen, via een distributeur of via een label. Software heb je er niet voor nodig: een tekstbestand volstaat. Het hoofdstuk over splits en credits is nuttige voorkennis, maar niet verplicht. Begrippen die je mist, vind je in de gratis introlessen van de eerdere hoofdstukken.
Het kernidee in één alinea
Elke identifier wijst naar precies één soort object, en geen enkele identifier zegt iets over eigendom. De ISRC wijst naar een specifieke opname, de ISWC naar het muziekwerk daaronder, en het product-ID naar de release die je in de handel brengt. Credits vertellen wie wat deed en op welke van die lagen. Blijven die lagen in je administratie gescheiden, dan is aanleveren een kwestie van overtypen. Lopen ze door elkaar, dan wordt aanleveren een reconstructie uit je geheugen.
Nog één ding vooraf: dit hoofdstuk is educatief en geen juridisch advies. Auteursrecht en incassosystemen verschillen per land, en bij een concreet contract raadpleeg je een specialist.