Een loop die maar niet wil stromen
Stel je voor: je hebt vier akkoorden gekozen die netjes in je toonsoort passen. Toch klinkt de loop stijf. Elke akkoordwissel voelt als een blok dat wordt neergezet, en het geheel beweegt niet. Je probeert andere akkoorden, en nog eens andere, maar het probleem blijft. Dat is geen toeval: het probleem zit waarschijnlijk niet in welke akkoorden je speelt, maar in hoe je ze stapelt en wanneer ze wisselen. Precies die twee hendels leer je in dit hoofdstuk bedienen.
Wat je in dit hoofdstuk leert
- Je bouwt en benoemt triads en seventh chords op elke root, in majeur en mineur.
- Je gebruikt inversions en voice leading om progressies vloeiend te maken zonder één akkoord te vervangen.
- Je zet harmonic rhythm in om de energie van een sectie te sturen.
- Je herkent spanning, oplossing en de vier basiscadensen op gehoor.
- Je voegt non-diatonische kleur toe met borrowed chords en secondary dominants.
Voorkennis
Module 10 (toonladders, intervallen en tonale centra) is aanbevolen maar niet verplicht. De begrippen die je nodig hebt, zoals halve tonen en tertsen, worden kort herhaald op het moment dat je ze gebruikt. Mis je iets, dan zoek je het op in de gratis introlessen van de eerdere modules.
Het kernidee alvast
Harmonie heeft drie dimensies. De eerste is selectie: welke akkoorden je kiest. De tweede is voicing: hoe je de tonen van die akkoorden stapelt en verdeelt. De derde is harmonic rhythm: wanneer en hoe vaak de akkoorden wisselen. Beginnende producers besteden bijna al hun aandacht aan de eerste dimensie, terwijl de meeste hoorbare winst in de tweede en derde zit. Dezelfde vier akkoorden kunnen springerig of vloeiend klinken, statisch of stuwend, afhankelijk van keuzes die niets met de akkoordnamen te maken hebben. In de volgende lessen bouw je dit op van bouwstenen naar beweging: eerst leer je akkoorden bouwen, dan leer je ze verbinden, daarna leer je ze in de tijd zetten, en tot slot geef je ze kleur van buiten de toonsoort.